• 050 - 2600 808

Weet jij wie je bent?

Arnold Fontijn

De wetenschap van de juiste kleuren en stijl; wat heeft mij dat opgeleverd? Kort en krachtig kan ik deze vraag beantwoorden. Veel!

In mijn jonge jaren werd ik nogal recalcitrant gevonden. Alsof ik tegen alles aan móest schoppen. Ik deed gewoon niet aan mode en trends mee. Ik werd er mee gepest en dat maakte mij behoorlijk onzeker.

In mijn jeugd moest je vooral merkkleding dragen om erbij te horen. Iets met krokodilletjes en haantjes en zo. Ik droeg het dus niet. Die kleding vond ik niet mooi. Het paste ook niet bij mij. Heel simpel. Ik hoorde er dus niet bij. Ook simpel trouwens.

Dan de inrichting van mijn slaapkamer. Ik wilde kleuren, vol en fel. Alles moest strak en recht. Was mijn moeder weer eens met haar stofdoek door mijn kamer geweest en was er ook maar iets één millimeter verschoven, ik zag het. Ik kon er best kwaad om worden. Het werd weer teruggeschoven, mét die ene millimeter. Niet met een liniaal, maar puur op het oog.

Toentertijd moest ik ook van de spijkerbroek niet veel hebben. Lichte kleuren. Ook nog eens van die bleekvlekken. Allemaal niks voor mij. Ik was gek op ballroomdansen. Een pantalon met een strakke vouw en een keurige blouse. Nette lakschoenen met een glans eronder. Ik vond het geweldig. En anderen vonden je dan gelijk ‘kouwe kak’. Precies, anderen.

In de tijd dat ik werkte in de horeca was het gemakkelijk. In het keurslijf van bedrijfskleding, het kokstenue of het ‘pinguinpak’, ben je allemaal hetzelfde. Over mijn dagelijkse kleding kreeg ik al meer dan genoeg opmerkingen. Het op mijzelf wonen ging natuurlijk in een strakke en opgeruimde woning. Geen prullaria, geen rotzooi. Strak en clean!  

Na mijn horecaperiode ging ik werken voor een grote organisatie. Bij mijn sollicitatie had ik duidelijk laten zien wie ik was. Netjes, maar nét even een tikkeltje anders. Niet dat donkere pak, maar een pak in een ‘andere’ kleur. Met een ‘iets minder saai’ overhemd. En dan ga je later toch maar meedoen met de grote massa. Een grijze muis spelen. Het maakte alles toch wat gemakkelijker. Maar het voelde zo niet goed.

Voor mijn werk kwam ik in contact met een imagoconsultant. Ik zag wat de effecten waren van kleuren in kleding op je gezichtsuitdrukking en op je totale uitstraling. Mijn persoonlijk kleuradvies was een openbaring. De kleuren die bij mij pasten, waren de kleuren die ik altijd al mooi had gevonden. Maar ook de prints en de sieraden.

Later bij mijn persoonlijk stijladvies was er weer die heerlijke herkenning. Ik heb een extreem rechte lichaamsbouw. Mijn kleding moet rechte lijnen hebben. Daarom vond ik die schoenen met een mooie punt zo mooi. Daarom die strakke vouw in de broek. Het werd mij allemaal duidelijk.

En dat bleek dus niet alleen te gelden voor mijn kleding, maar ook voor de inrichting van mijn interieur. Die strakke, nette en in symmetrie neergezette inrichting, met volle en felle kleuren, robuuste materialen en alles zonder veel poespas hoorde gewoon bij mij.

Ik kreeg eindelijk redenen waarom ik iets mooi vond en koos voor een bepaalde kleur, vorm en stijl. Mijn lichaamsbouw en persoonlijke kenmerken vertelden mij dat. Ik was dus niet recalcitrant. Ik bleef ‘gewoon’ bij mijzelf.

Alle adviezen gelijk 100% toepassen is moeilijk. Het is een leerproces. Wie ben je nu echt? Je leert ook je eigen persoonlijkheid beter kennen. Je krijgt handvatten waarom je kiest voor iets. Het gaf mij duidelijkheid en ontzettend veel zelfvertrouwen. Hoe ik mij nu voel? Echt mezelf!


Durf jij met ons mee op jouw persoonlijke ontdekkingstocht?

Kleurrijke groet,

Arnold Fontijn